Ambassadeur aan het woord: Adrie van der Poel

In Adrie van der Poel kent Chasin’ The Sunset een ambassadeur van naam – iemand die vele facetten van de wielersport als geen ander kent dankzij zijn successen op de weg en bij het veldrijden. In Chasin’ The Sunset ziet hij een nieuw soort uitdaging, waarover wij hem uitgebreid spraken.

Wat maakt dat wielrenners voortdurend nieuwe uitdagingen opzoeken?
Ik zie het als een kans om iets unieks te doen, iets moois, en ook iets gezonds – en om ondertussen ook te genieten van de tocht die je maakt. Kenmerken die samen een uitdaging vormen, waarbij Chasin’ The Sunset ook nog de extra challenge heeft dat je dagelijks voor het donker binnen moet zijn. Onderweg even twee keer uitgebreid lunchen en denken “de rest van de afstand halen we morgen wel in”, dat gaat dus even niet.
Je zult er sowieso rekening mee moeten houden dat de route naar het eind toe steeds zwaarder wordt, en kijkende naar de windrichting zit je misschien wel bijna 900 km tegen de wind in te rijden. Het is een kwestie van doseren, en zorgen dat je op de laatste dag eventueel nog wat over hebt.

Hoe bereid je je voor op een event als Chasin’ The Sunset?
Een goede vraag. Ik denk dat je een keer een weekendje twee dagen achter elkaar zes of zeven uur kunt fietsen om te testen wat dat met je zadelpijn doet. Overleef je dat, dan ga je zeker ook met zijn tweeën zo’n etappe van 300 km overleven.
Onderweg is het daarbij belangrijk om niet overmoedig te worden. Rijd je in het begin al direct stevig door, besef dan dat je te maken hebt met de verkeersregels. Moet je stoppen bij een stoplicht na een periode flink doortrappen, dan gaat het zeer doen in de beentjes wanneer je na twee minuten weer opnieuw moet beginnen. Ik zou dat beetje extra dus eerder bewaren voor het laatste uurtje van elke dag.
Wat je vooral wel moet doen is heel goed eten, heel goed drinken en van elkaar profiteren om zo optimaal mogelijk en met zo min mogelijk verbruik die kilometers af te haspelen.

Chasin’ wordt verreden in tweetallen – welke steun heb je onderweg aan elkaar?
Ik denk dat je mekaar op sommige momenten naar de finish moet praten, en je kunt ook af en toe een keer in het wiel zitten om een keertje te bekomen en te herstellen. Je bent echt een team, en dat je het met zijn tweeën doet is volgens mij iets unieks. Het is niet zo dat de één twee uur voor de ander binnen kan zijn, en als er iets gebeurt moet je het samen oplossen.
Rijd je in een peloton, dan kun je je de hele dag wegstoppen als je wilt, maar hier moet je toch nog een groot gedeelte zelf trappen en dat is toch een stuk vermoeiender. Als je de hele dag in de buik van het peloton gaat zitten en er wordt niet echt hard gereden, ja dan kom je eigenlijk spelenderwijs aan de streep.

Hoe belangrijk is een goede verzorging tijdens en tussen de etappes voor de renners?
Reken maar na: stel dat je gemiddeld 25 km/uur rijdt, dan ben je 36 uur onderweg. Dan is die verzorging van voeding, van drank, van een keer een massage of het laten behandelen van je rug super belangrijk. Zeker op dag 1 en 2, want op dag 3 ben je er – dan mag je een paar weken naar de filistijnen zijn.

Je kent de route uiteraard – waar kunnen de renners onderweg naar uitkijken?
Het wordt steeds lastiger, want het parcours gaat van vlak naar glooiend en als je later richting Limoges rijdt heb je toch klimmen van 5 à 6 kilometer aan 5 tot 6 procent. Daarna ook weer naar beneden, dus het vlakke gaat er voor een groot stukje uit. Eerst rij je nog door België, dan richting Parijs, maar daarna wordt het allemaal even iets anders. Denk daarbij ook nog aan ander wegdek, ruwer asfalt, maar ook lange rechte lijnen waar je overheen moet.
Wil je wat meekrijgen van de omgeving en houd je de ogen open voor dieren of mooie gebouwen, dan ga je die ook zeker zien. Het is van alles wat, maar ik weet niet hoeveel je nog ziet na 200 km fietsen. Hoe je de tocht benadert maakt daarbij wel een verschil. Als je gemiddeld 25 km/uur rijdt moet je 28 of 29 op de rechte stukken, en dan heb je tijd om rond te kijken, maar ga je naar 30 of meer gemiddeld dan heb je daar een stuk minder tijd voor.

Je kent de finishplaats door je schoonvader natuurlijk goed. Hoe voelt het straks voor deelnemers om Saint-Leonard-de-Noblat binnen te rijden?
Dat moet een mooi gevoel zijn. Saint-Leonard is toch een dorpje met historie vanuit mijn schoonvader. Mensen die iets met de wielersport hebben zullen daarom toch even naar het monument willen gaan kijken na het volbrengen van deze uitdaging. Voor die mensen is het misschien ook nog bijzonder en uniek om in Kapellen te starten met een bezoek aan Cafe/Bistro Poulidor en vervolgens in drie dagen naar zijn rustplaats te rijden.
Los van de route vind ik Chasin’ The Sunset ook leuk omdat het een nieuw concept is. Het is ultra, het is uitdagend en het is een beetje extreem. Ik denk wel dat dat bij momenten past bij hetgeen ik in mijn carrière heb gedaan. Ik denk dat het iets heel moois kan worden, zeker als de omstandigheden meewerken.